Artistiek Statement
Lichaam en Oorsprong
Ik maak werken die voortkomen uit mijn eigen diepste angsten en verlangens, die ik verbind aan grotere sociale en existentiële tendensen.
Ik onderzoek hoe ervaringen, geschiedenis en kwetsbaarheden opgeslagen liggen in het lichaam en in beweging komen.
Ik werk met video en performance, in combinatie met sculptuur of installatie, waarin ik het lichaam (of delen ervan) gebruik al vertolker van abstracte ideeën.
Terugkerende thema’s zijn intergenerationele relaties en het verlangen naar verbinding.
Dat verlangen heeft zijn oorsprong in mijn jeugd; ik groeide op in een gezin vol spanning, dat langzaam en pijnlijk uiteenviel.
Zowel mijn ouders als mijn broer en ik leefden gescheiden, terwijl ik verlangde naar nabijheid, zowel emotioneel als lichamelijk.
Artistiek proces
Mijn artistieke proces is autobiografisch: door mijn eigen angsten, worstelingen en verlangens te onderzoeken en te vertalen in kunst, probeer ik het leven te begrijpen en te interpreteren. Daarin ben ik geïnspireerd door het fenomenologische denken van Maurice Merleau-Ponty: het lichaam niet als instrument, maar als de plaats van waaruit wij de wereld ervaren. Dat lichaam is bij mij niet abstract, het is concreet aanwezig: een zeephand die langzaam oplost, een hand waaruit het leven verdwijnt, een massa lichamen die in cirkels beweegt. De gekozen materialen en bewegingen dragen de emotionele logica van het werk: oplossen, cirkelen, imploderen.
Ik maak werken die de toeschouwer uitnodigen het echt in zijn eigen lichaam te voelen, dus die uitnodigen tot een belichaamde ervaring.
Het is een vorm van reparatief kijken: een proces waarbij de toeschouwer niet alleen observeert, maar via het werk iets in zichzelf in beweging zet. Dat geld ook voor mijzelf, door het maken verandert of heelt er iets in mezelf.
Lichaam en context
Intieme ervaringen verbind ik aan bredere maatschappelijke tendensen en aan existentiële vragen rondom zorg, kwetsbaarheid en nalatenschap. Zo vormde ik uit met PFAS vervuilde aarde het lichaam van mijn moeder, in het werk Polluted Mother, dat gaat over ecologische angst, maar ook over wat je doorgeeft via je lichaam aan een volgende generatie.
En in de kinetische installatie ’s Nachts worden de messen geslepen, tandenknarsen 7 gebitjes zichzelf kapot, dat gaat over mijn eigen overprikkeling, maar ook over hoe vernietigend onbewuste en onuitgesproken spanningen kunnen zijn.
Werk methode
Ik werk traag en selectief. Ik schrap en concentreer, totdat alleen de essentie overblijft. Mijn werken zijn zorgvuldig opgebouwd, ogenschijnlijk eenvoudig en direct, maar komen voort uit een gelaagd en doorlopend proces van belichaamd (embodied) onderzoek. Dat proces speelt zich af op mijn atelier, maar ook in samenwerkingen met wetenschappers, performers en andere kunstenaars, in gesprekken met vrienden en in het alledaagse leven om me heen.
Een pleidooi
Via mijn kunst nodig ik uit tot reflectie op de complexiteit van het mens-zijn. Het is een pleidooi om diepere gevoelens te laten stromen en om het lelijke, het menselijke, het ongemakkelijke zichtbaar te maken. Ik los niets op, dat iets in beweging komt is genoeg.
Biografie
Kunstenaar Roos van Geffen (Nijmegen, 1975) woont in Amsterdam en werkt met video, fotografie, installatie en performance. Zij studeerde scenografie aan de kunstacademie in Tilburg en aan het Maastricht Institute of Arts. Haar praktijk is een mix van lens-based media en ruimtelijke installaties, die ontstaan door belichaamd en fenomenologisch artistiek onderzoek. Zij onderzoekt hoe emoties, ervaringen en herinneringen in het lichaam worden opgeslagen en in beweging komen. In haar werk is het lichaam de vertolker van abstracte ideeën, als site of meaning. Vanuit autobiografische, geleefde ervaringen, ontwikkelt zij langlopende onderzoekstrajecten, waarin het persoonlijke wordt verbonden met bredere vragen rond zorg, kwetsbaarheid, verlies en nalatenschap. Intergenerationele relaties en het zoeken naar verbinding zijn terugkerende thema’s.
Het werk van Van Geffen was te zien op tentoonstellingen in o.a. Palazzo Barolo, Turijn (IT), Battersea Arts Center, Londen (UK), The Human Impacts Centre, New York (US), en in Nederland bij Pennings Foundation, Eindhoven, Stedelijk Museum Schiedam, Fotodok, Utrecht, Buitenplaats Doornburgh, Maarssen en Museum Jan Cunen in Oss. In 2020 was de lovend ontvangen overzichtstentoonstelling Eat Love Die in Museum Tot Zover te zien. Ze ontving beurzen van het Mondriaan Fonds, het Cultuurfonds en het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Naast haar kunstpraktijk doceert Van Geffen aan verschillende kunstacademies en begeleidt ze opkomende kunstenaars.
Meer over mijn artistieke proces
Een werk begint vaak met het willen begrijpen van een ervaring die me niet loslaat: verlies, schuld, complexe relaties, een verlangen naar vergeving of nabijheid. Ik doorleef hoe zo’n abstract gegeven opgeslagen ligt in mijn lichaam en zoek naar een vorm die die innerlijke lading kan dragen. Vanuit verschillende invalshoeken benader ik mijn onderwerp; belichaamd, filosofisch, maatschappelijk, kunsthistorisch, soms in samenwerking met wetenschappers of performers. Ik werk toe naar beelden die het persoonlijke overstijgen, zonder direct verklaard te worden. Medium en materiaal kies ik zorgvuldig, omdat ze onlosmakelijk verbonden zijn met de inhoud. Bijvoorbeeld in Courtesy of The Artist, een performance, ontstaan vanuit mijn frustratie dat het waardevolste dat ik kan creëren; een kind, in de kunstcontext niet zo gezien wordt. Tegelijkertijd bevraagt het de spanning tussen kunst, zorg en economische noodzaak. Mijn zoon scheidt het kaf van het koren, zittend op een geurende berg tarwe-aren die verwijst naar vruchtbaarheid, nieuw leven en groei, maar ook naar de noodzaak om brood op de plank te krijgen.
Het maakproces benader ik als een spel, met zelfopgelegde regels die het creatieve proces sturen. Herhaling, beperking en ritueel keren steeds terug. Ik volg met mijn (video-) camera gebeurtenissen of gechoreografeerde handelingen. Deze handelingen worden niet gespeeld maar werkelijk uitgevoerd, als geleefde bewegingen in de tijd. Door herhaling worden nuances voelbaar en komt een onderlaag naar boven. In het montageproces focus ik op ritme en dramatische structuur zodat die onderlaag versterkt. Bijvoorbeeld bij de video-installatie Fuga, een choreografie van vallende lichamen, ontwikkelden de performers gedurende tijdens zes weken repetitie de regels; hoe te vallen, kijken en opstaan. Iedere performer kreeg een eigen valsequentie, gefilmd op één ononderbroken 16mm filmrol. Die beperking legde de spanning en de intensiteit van de live performance vast. Het werk ontstond vanuit mijn verlangen naar overgave en de behoefte soms te verdwijnen, lichamelijk en geestelijk.
Mijn nodigt uit tot een belichaamde, zintuiglijke ervaring. In de presentatie onderzoek ik hoe een werk zich fysiek verhoudt tot de toeschouwer. Mijn werken zijn een mix van lens-based media en installatie, vaak op ware (lichaams-)grootte gepresenteerd, zodat de kijker zich kan spiegelen of zich lichamelijk kan verlengen in wat die ziet. Geluid en geur kunnen intrinsiek onderdeel zijn, altijd vanuit de inhoud gedacht. In het tweeluik Moeder en Kind, was ik mijn handen met een zeephand, afgegoten van mijn moeders hand. Het werk, geïnstalleerd op buikhoogte, laat de handen op film optisch doorlopen in die van de toeschouwer. Tegelijk verspreidt de mirregeur van de zeephand zich door de ruimte; een warme, omhullende geur die historisch staat voor lijden én liefde. Zo resoneert de zintuigelijke ervaring met de kern van het werk: wederzijdse afhankelijkheid, zorg en vergeving.
